40. Een soortgenoot

‘Een soortgenoot, Koekoek. Daar hebben we het hier over. Mevrouw stuurt een berichtje dat ze in Gambaccio een paar “kiwi’s” tegen het lijf gelopen is, die haar vertelden dat de kiwi-vogel het nationale symbool van Nieuw-Zeeland is. Maar ook dat deze vogel met uitsterven wordt bedreigd. Mevrouw’s kennis ging niet verder dan de kiwi-vrucht. Maar laat er nou net die dag een artikel over de kiwi in la Repubblica staan. Wat een toeval. Luister.’

“De kiwi, of apteryx, is een vogel die niet kan vliegen. Verborgen onder dons zitten te kleine vleugeltjes en zijn borstspieren zijn te weinig ontwikkeld. Daar staat tegenover dat hij een lekkere volle kont en dikke poten heeft. Bovendien kan hij heel goed zwemmen.
Karakteristiek voor de kiwi is het enorme ei. Min of meer 6 keer zo groot als een kippenei en dat voor een dier van ongeveer 3 kilo.
Dit reusachtige ei groeit net zolang totdat alle mogelijke ruimte binnen de kiwi bezet is. Ongeveer 25 dagen lang eet het arme vrouwtje als een bezetene. Daarna eet ze niets meer zodat het ei tenslotte ook nog de ruimte van de maag kan innemen.
Als het ei voldragen is, vult het ongeveer een vijfde van moeders inhoud. Het is nog steeds niet duidelijk hoe ze dat enorme ei naar buiten krijgt. Wat we wel weten, is dat het mannetje het ei gedurende drie maanden uitbroedt. Zo krijgt de moeder de kans om zich te herstellen.
Volgens sommige studies, zal het kiwi-vrouwtje zich nog wel eens bedenken voordat ze zich opnieuw zal laten bevruchten na de beproeving van zo’n bevalling. Als een dier dat al zou kúnnen bedenken, heeft dat weinig zin. Want bij sommige soorten is een tweede bevruchte ei al op weg om te groeien. Hoe dan ook, de meeste kiwi-vrouwtjes zijn monogaam en leven tot in lengte van dagen kuis en liefdevol samen met hun kiwi-mannetje.”

‘Dat heeft ze wel vrij vertaald, als je het mij vraagt. Maar moet je je voorstellen Fries, zo’n ei. Hoe zou ik dat in godsnaam in andermans nest moeten krijgen. Ik heb wel te doen met zo’n vogel. Is dit een foutje in de evolutie? Het doet me denken aan die koeien, dikbillen, wiens kalf zo groot is dat het alleen via een keizersnede geboren kan worden. Foutje in het fokprogramma? Economisch gewin? Ik heb me laten vertellen dat fokkers bezig zijn om de ”binnenbekkenmaat” op te rekken, zodat de koeien weer op een natuurlijke manier kunnen afkalven. Maar om dat voor elkaar te krijgen, zijn we 5 tot 6 generaties verder. Tegen die tijd is misschien het kalf gered, maar de put voor de kiwi te laat gedempt.’

Juli 2014

 

 

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *