8-4-2019 Essay

Daar dwaalde ik

Een traan rolt langzaam over mijn wang terwijl ik mijn bagagekarretje voortduw. Op de koffer ligt een langwerpige doos met een deksel van cellofaan. Daaronder een enorme orchidee die als een sneeuwwitte koningin ligt te slapen in haar glazen kist.
Ik ben in een wereld terecht gekomen die ik niet begrijp. Een wereld waarin mensen in lange rijen voor balies staan. Op uitgestrekte banken zitten ze te lezen, te slapen. Zoveel stervelingen, maar zo enorm stil is de omgeving.
Ik weet: ik ben op de luchthaven van Bangkok. Hier geen hel van Dante zoals de luchthavens van Komrij. Nee, hier heerst zo’n diepe stilte dat je mijn traan kunt horen biggelen. Zijn het wel mensen die ik zie? Zijn het geen etalagepoppen die gewend zijn dat de wereld aan hen voorbijtrekt. Of zijn het wezens van een andere planeet die beter begrijpen dan aardelingen dat bewegen niet noodzakelijk is om ergens aan te komen? Een planeet waar tijd en ruimte andere dimensies hebben.
De enige persoon die beweegt, ben ik. Met een fax in mijn hand. Daarop staat dat ik me moet vervoegen in gebouw A op de 7de verdieping, kamer 8.12. Daar zal ik mijn ticket kunnen ophalen voor de vlucht naar Nederland. Naar huis, ik moet naar huis. Degene voor wie ik de meest elegante bloem ter wereld heb gekocht, is plotseling overleden.

Hieraan moest ik terugdenken toen ik jaren later in de bioscoop zat en via een opengebroken liftdeur de verdieping 7½ binnenstapte. Niet het feit dat ik door een klein deurtje in het hoofd van John Malkovich terecht kwam, maar die verwarrende tussenverdieping slingerde mij terug naar Bangkok, waar ik in een waas op zoek was naar die onvindbare zevende verdieping, terwijl iedereen aan wie ik het vroeg mij vriendelijk verzekerde dat daar inderdaad het kantoor van KLM zat. En omdat ik voor de zekerheid ook nog gebouw B probeerde, moest ik ja, toch echt in gebouw A zijn.

In fantasieverhalen was ik nooit bovenmatig geïnteresseerd (ik had mijn handen vol aan het echte leven), maar las net als miljoenen andere de verhalen van Harry Potter. Ik zag hem via perron 7/8 verdwijnen en ik begon toch werkelijk te geloven dat als je maar genoeg kruip-door-sluip-door-ervaringen in je leven had, je in een parallelle wereld terecht kon komen. Daar had je geen fantasy-verhalen of geestverruimende middelen voor nodig. En weer zag ik mezelf wanhopig zoeken naar de zevende, lift in lift uit met in de doos mijn orchidee die een steeds mythischer karakter kreeg. Een vage geur van jasmijn-thee druppelde mijn bewustzijn in.

Onlangs erfde ik een gebonden exemplaar van Tolkiens In de ban van de Ring. Een exclusieve uitgave, met een harde kaft van olijfgroen boekbinderslinnen, voorzien van een ivoorwit leeslint. Het was zo’n chic exemplaar dat ik met de grootste omzichtigheid de bijbeldunne blaadjes omsloeg. Iets klopte er niet aan dit boek. En waarom kwam die orchidee uit Bangkok weer bovendrijven?

Zaten dat boek en die orchidee in een te elegant jasje? Paste dat wel bij mijn perceptie? Tot dan toe kende ik de boeken van Tolkien als dikke pockets, waarvan de rug scheefgezakt was onder de druk van de snelle lezer, die struikelend over cliffhangers gauw een ezelsoor vouwde als de soep op tafel stond.

Tijdens mijn research voor een informatief boekje dat ik schreef over sagen, stuitte ik op het essay Harry Potter en de sagen-revival. Daarin betoogt Theo Meder van het Meertensinstituut dat hedendaagse auteurs teruggrijpen op de oude mondelinge sagen-traditie. Zo past Harry Potter in een trend van hernieuwde belangstelling voor het volksverhaal in het algemeen en voor sagenstof in het bijzonder – al wordt de trend in modernere bewoordingen wel aangeduid als fantasy.
Meder zegt dat sagen vroeger werden verteld door mensen die te arm waren om een boek te kopen of zelfs analfabeet waren en dus geen boeken konden lezen: de sociale onderklasse.
Tegenwoordig, vervolgt hij, worden de sagen juist omarmd en gecultiveerd door een nieuwe culturele middenklasse en elite. En in nieuwe overleveringsvormen dan de strikt orale: in de letterkunde, de strip, de film, op televisie, op de toeristische fiets- of wandelroute.

En wil die nieuwe elite zich dan onderscheiden door het kopen van een luxueus uitziende versie van zo’n fantasy-boek, vraag ik mij af? Wil deze klasse zich vooral niet vereenzelvigen met het volk? Het gepeupel dat weliswaar ook fantasy leest, maar dan de hevig beduimelde exemplaren vol broodkruimels en koffievlekken, zittend achter de vensterbank die staat volgestouwd met orchideeën, gekocht bij de super- of bouwmarkt of nog erger bij het benzinestation.
Vroeger waren het de rijkaards die zich voor veel geld zo’n exotische bloem konden permitteren. Nu het volk ze voor een grijpstuiver kan kopen, trekt de elite er haar neus voor op.

Is het noodzakelijk dat ik mijn beeld van bloemen en genres bijstel? Of moet ik ervan uitgaan dat alles kan veranderen door de tijd? Dat een bloem van zijn troon kan vallen, dat sagen of fantasy-verhalen kunnen opstijgen naar culturele hoogten. En stel dat er in de toekomst door de klimaatverandering geen orchideeën meer zijn en dat alle klassen, van onder- tot boven-, alleen nog met een e-reader lezen. Dat werpt een andere vraag op. Kun je wel volledig opgaan in fantasy via een e-reader? Of is zo’n medium juist bij uitstek geschikt voor fantasy?
Met één klik of swipe treedt je onmiddellijk een fantasiewereld binnen, waar je vervolgens kunt kiezen of je via een onzichtbaar perron of een halve verdieping verder wilt gaan. En waar geuren, kleuren en geluiden je dieper en dieper meevoeren.

Toen ik zo voorzichtig laverend met mijn orchidee door de luchthaven van Bangkok liep, om te voorkomen dat de doos van de koffer zou glijden; toen ik de zevende verdieping niet kon vinden, omdat ik niet wist dat ze in Aziatische landen de begane grond als de eerste verdieping zien en ik dus in werkelijkheid op verdieping acht moest zijn in plaats van verdieping zeven, trad ik net als Harry Potter een andere realiteit binnen. Een realiteit waar alle wezens zonder te bewegen in rijen stonden, op roltrappen en in liften die je naar vals-genummerde verdiepingen brachten. Waar orchideeën naar jasmijn-thee roken, waar je het geluid van rollende tranen kon horen. Daar dwaalde ik, daar was ik fantasy.

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *