17. Carnaval
‘Carnaval, carnevale, vasteloavend! Ga je mee hossen? In Oeteldonk is het grote omkeerfeest begonnen. De heer wordt boer, de
16.Cafferata
‘Cafferata een koffiemerk? Nee, een vuurwerkhandelaar die toevallig de buurman van meneer en mevrouw is. En die tijdens de j
15.Blokjes en streepjes
‘Blokjes en streepjes? Waar heb je het over?’ ‘Nou, het is dat meneer en mevrouw mij af en toe een zetje geven. Maar ik
14.Wakker worden
‘Wakker worden, Koekoek.’ ‘Wat is er aan de hand? Ik droomde net dat ik een mandje vulde met allerlei lekkers.’ ‘Ze
13.Kijk ‘m glimmen
‘Kijk ‘m glimmen!’ ‘Wie, die beker of meneer?’ ‘Nou, allebei wel, hè. De B.C. ContRact Wisselbeker. Dit jaar gewo
12.Wat is het stil
‘Wat is het stil. Meneer vertrekt iedere morgen met zijn lunchpakketje, komt ’s avonds laat thuis en mevrouw zit voortdure
11.Hebban olla vogala
Hebban olla vogala… de studieboeken zijn opgeruimd, het tentamen is binnen, mevrouw kan zich gaan verpozen met het gevogelte
10.sssjj
‘Sssjjj, laat dit niet aan mevrouw horen Fries, she will not be amused. Maar ik moet het even kwijt. Je weet, ik heb niet zo
