14.Wakker worden
‘Wakker worden, Koekoek.’ ‘Wat is er aan de hand? Ik droomde net dat ik een mandje vulde met allerlei lekkers.’ ‘Ze
13.Kijk ‘m glimmen
‘Kijk ‘m glimmen!’ ‘Wie, die beker of meneer?’ ‘Nou, allebei wel, hè. De B.C. ContRact Wisselbeker. Dit jaar gewo
12.Wat is het stil
‘Wat is het stil. Meneer vertrekt iedere morgen met zijn lunchpakketje, komt ’s avonds laat thuis en mevrouw zit voortdure
11.Hebban olla vogala
Hebban olla vogala… de studieboeken zijn opgeruimd, het tentamen is binnen, mevrouw kan zich gaan verpozen met het gevogelte
10.sssjj
‘Sssjjj, laat dit niet aan mevrouw horen Fries, she will not be amused. Maar ik moet het even kwijt. Je weet, ik heb niet zo
9. Het is zover
‘Het is zover, Fries. Mijn soortgenoten beginnen zich te roeren. Ik moet steeds meer moeite doen om hen te overstemmen. De l
8.Trouwens
“Trouwens, woon jij in een hele rij huizen?’ vroeg een collega van mevrouw toen hij haar adres zag. ‘Nee, gelukkig niet!
7. Vrolijk Kerstfeest
‘Vrolijk kerstfeest, Koekoek. Gezellig, het hele gezin aan de brunch. Valt het je ook op dat meneer veel Limburgers om zich
